Valkerij - Alles over roofvogels
Banner Kadotip: Roofvogel workshop
Valkerij - Alles over roofvogels
Valkerij - Alles over roofvogels

Valkerij Geschiedenis

Valkerij is oorspronkelijk de kunst van het vangen en africhten van valken ten behoeve van de jacht. Tegenwoordig wordt het gezien als het africhten van roofvogels ten behoeve van de jacht, hobby en beroep (met name verjaging/overlastbestrijding).

Iemand die de valkerij beoefent is een valkenier. Men is pas valkenier als men de kennis en ervaring heeft om een roofvogel zodanig te trainen met een loer, dat deze op conditie is en in staat is prooi te bemachtigen. In valkerijtermen is de vogel dan in Yarak.

Reeds in de Oudheid werd de valkerij in het Midden-Oosten beoefend en nog steeds is dit een met passie beoefende sport in Dubai.
Keizer Frederik II , zelf een enthousiast valkenier, heeft in de 13e eeuw een standaard werk over de valkenjacht geschreven: De Arte Venandi cum Avibus (Over de kunst van het jagen met vogels).
De valkerij ontwikkelde zich in Brabant, gelegen op de trekroute van de slechtvalk. In Arendonk zou al vanaf de 10e eeuw sprake zijn van valkenvangst. In Nederland ontwikkelde de valkerij zich in Leende, Valkenswaard en Leenderstrijp vanaf de 16e eeuw. In de 17e, 18e en 19e eeuw waren Valkenswaardse valkeniers werkzaam aan bijna alle Europese vorstenhoven, waar de valkenjacht een geliefd tijdverdrijf was.
Met de Franse Revolutie en de moderniseringen van de 19e eeuw kwam ook het einde van de valkerij. De laatste Valkenswaardse valkenier was Karel Mollen, die leefde van 1854-1935.
Tegenwoordig wordt de valkerij vooral bedreven door mensen in hun vrije tijd. Maar valkeniers worden steeds meer ingezet ter bestrijding van overlast van grote aantallen vogels, bijvoorbeeld op luchthavens.
Soms worden de gebruikte valken voorzien van een radiozendertje zodat zij op afstand te volgen zijn. Wanneer een valk niet hoeft te jagen wordt zijn kop vaak afgedekt met een kapje, een zogenaamde huif, zodat hij rustig blijft zitten.

Valkenvangst

In de Benelux werd vooral de Slechtvalk gevangen. Grotere valken werden gevangen in de Scandinavische landen en IJsland. In de Kempen bestond het gewoonterecht dat inhield dat de bewoners mochten jagen op kleinwild en gevogelte buiten de vrije warande. Omdat de Leenderheide op de trekroute van de Slechtvalk lag, en daar ook de voor de valkenvangst benodigde Klapekster voorkwam, was dit gebied erg geschikt. Het vangen ging als volgt:
Op een stille plaats op de heide, liefst in de buurt van een moeras, werd de vangplaats of legge ingericht. Een ingegraven plaggenhut met een karrenwiel als zoldering, en voorzien van kijkgaten, camoufleerde de vanger. Dit was de tobhut. Op 50 meter afstand van de tobhut stonden drie palen, de tobroeden. Op de eerste roede was een houten valk, de dove, bevestigd, die met een lijn in beweging kon worden gebracht. Op de tweede roede zat een tamme valk, de zege, en was tevens een bos veren bevestigd. Op de derde roede zat een tamme lokduif.
Op 90 meter van de tobhut waren vangnetten gespannen en een hokje met een tamme duif, maar een eindje verder was ook een hutje met daarin een tamme Klapekster die aan een lijntje vastzat. Dit was het handwerk. De Klapekster kon al vanaf grote afstand waarnemen dat er een roofvogel in aantocht was, vandaar de naam, die van verklappen komt. De Klapekster reageert op elke soort anders, wat voor de vanger belangrijke informatie geeft.
Voor zonsondergang ging de valkenvanger naar de tobhut. Als er een valk in aantocht was sloeg de klapekster alarm en vluchtte in zijn hutje. De valkenvanger trok aan de lijn en tobde (bewoog) daarmee de duif. Hierdoor werd de wilde valk aangetrokken. Vervolgens werd de tamme valk met de veren omhooggetrokken, waardoor de wilde valk het idee had dat deze valk een prooi had geslagen. Als de wilde valk naderbij gekomen was, liet de vanger de tamme valk in de heide zakken, en trok aan de lijn waaraan de duif bevestigd is. De duif ging fladderen en de wilde valk trachtte de duif te vangen, maar deze zakte nu de heide in. De valk ging zoeken naar de duif, en op een gegeven ogenblik trok dan de vanger de tamme duif uit het hutje. De valk stortte zich op de duif en werd, samen met deze, naar het slagnet getrokken en gevangen.
Als de valk gevangen was moest ze nog worden getemd (zeeg maken) en afgericht (treinen).

bron: www.wikipedia.nl

Vaktermen

aansteken
herstellen van een gebroken slag- of staartpen

aanwachten
de valk jaagt vanuit de lucht en wacht boven de valkenier tot deze (of de staande hond) een prooi opstoot

aanspreken
het wild zien en bepalen of er gejaagd mag/kan worden en er dan de vogel opzetten

aas
het vlees dat men de roofvogel te eten geeft

afazen
vogel zijn laatste maaltijd van de dag geven

afdragen
zeeg maken door de vogel veel op de valkeniershandschoen te dragen

afvliegen
het voortdurend van de vuist of zitplaats afvliegen

aylmeri
systeem van schoentjes en manchetten uitgevonden door majoor Guy Aylmer

balg
konijnenvel opgevuld zodat het lijkt op een prooi voor een havikachtige

bekleden
het aanleggen van schoenen en bellen bij de vogel

bewit
lederen riempje waarmee een bel aan de poot kan worden vastgemaakt

bidden
het ter plaatsen blijven hangen in de lucht

binden
het grijpen of vasthouden van een prooi of loer tot op de grond

blaatvalk
van blauwpoot zoals jonge valken hebben. Vooral duidend op Geer- en Sakervalk

bloedpen
nieuwe, nog niet volgroeide veer waarbij er nog bloed in de schacht zit

blok
van boven platte zitplaats voor een valk

boog
ronde zitplaats voor de lage vlucht ook sprengel genoemd

braakbal
overblijfsel van veren of pels die door de vogel zijn gegeten

brauwen
voordat de huif gebruikt werd maakte men gaatjes in de oogleden die met een dun draadje dat onder of boven de kop werd vastgeknoopt konden worden gesloten

breel
in de lengte doorsneden lederen riempje dat om de vleugel (elleboogsgewricht)van een onrustige valk wordt geschoven zodat deze de vleugels niet meer kan uitslaan

broek
veren bekleding aan de buitenzijde loopbeen. Bij afremmen strekken de poten naar voren en remt de vogel sterk af met de broek. Tevens verwarming bij opgetrokken poot

bumblefoot
bacteriële infectie onder de klauw

dekveren
2 middelste staartveren

doorgang
misser van stotende valk op de prooi of doorstart als er op de loer wordt gevlogen

draal
draainagel, metalen voorwerp waar de schoentjes en langveter samenkomen en niet kunnen vastdraaien in elkaar

duimvleugel
vergroeide kootjes van de eerste vingerstraal met veren die extra lift geven bij lage vliegsnelheden

fitten
herstellen van gebroken veren

fretmerken
maliën, zwakke plaatsen in de veren door stress veroorzaakt zoals honger

fretteren
een fret gebruiken om konijnen uit hun holen te jagen

frons
aandoening van keel en luchtpijp

gewel
zie braakbal

hacken
hakvlucht: een jonge roofvogel een tijdje loslaten in de natuur. Deze wordt dan op gezette tijden gevoerd op een vaste plaats zoals de ouders doen. Wordt de vogel verstoord vliegt deze van de hak terug op de tak (in de boom)
waar de uitdrukking vandaan komt

haggard
wilde vogel, minstens 1x gemuit in de natuur

hand
klauwen van de valk heten hand en die van de havik voet

havikier
iemand die werkt met havikachtige

heffen
zwaar hijgen door benauwdheid

hoge lucht
jagen met slechtvalk en geervalk op reiger of wouw. Tegenwoordig bedoelt men hier ook de aanwachterij mee dus het vliegen/jagen met valken

hongermerk
maliën, zwakke plaatsen of verkleuringen in de veren

hoogrek
een zitplaats op redelijke hoogte waar een vogel op wordt geplaatst

horst
nest van een vogel

huif
kapje over de kop van een valk

steekhuif:
(Indische, Hollandse, Arabische en Japans-Chinese) een huif met speciaal treksysteem tegenwoordig het meest in gebruik ruis of reushuif: door grote snavelopening kan de vogel de braakbal werpen

hybride
kruising tussen verschillende roofvogelsoorten

imprint
roofvogel die bij mensen is opgegroeid en daardoor zeer hinderlijk krijsgedrag blijft vertonen omdat ze de valkenier als ouder zien die hen voedt

kagie
draagrek met schouderbanden waarop minstens 6 gehuifde valken te velde werden gedragen door de cady

klapekster
grauwe klauwier die gebruikt werd bij het invangen van de valken omdat deze vogel de tobbers waarschuwde als er een valk kwam aanvliegen

kneden
knijpen met de klauwen om de prooi te doden

krijter
voortdurend schreeuwgedrag door imprint vogels

kringen
in cirkels omhoog vliegen

krop
bovenste deel van de slokdarm waarin het voedsel wordt opgeslagen

kroppen
de krop laten vol-azen; veel eten geven

lage vlucht
jagen op lopend en laag vliegend wild (havik)

lanen
het schreeuwen van een roofvogel, specifiek bij imprints

lange lijn
lang touw waaraan de vogel wordt gevlogen tijdens het begin van de training

langveter
riem of koord van ongeveer 1 meter waarmee de vogel met de valkeniersknoop wordt vastgelegd aan blok, sprengel, hoogrek of kagie

lanneret
mannelijke lannervalk

leg
valken vangplaats

loer
hoefijzervormig lederen buil met daarop vleugel van de te bejagen prooi door een valk

loeren valk lokken door de loer te draaien

lossenvan de vuist laten vliegen van een valk

maagsteentjes kleine ronde kiezels ingeslikt om de vertering te helpen

manchet
vast stuk leder ronde de poten waar de schoentjes doorheen zitten

mantelen
het be- of afschermen van de prooi door er de vleugels over te slaan

muiten
ruiven of ruien

muithuis
speciale volière waar de vogel in worden ondergebracht om te muiten

musket
mannelijke sperwer

muytervalk
valk die zijn eerste keer heeft gemuit in gevangenschap

nesteling
jonge vogel die nog veren aan het zetten is totdat deze takkeling wordt

optuigen
vogel voorzien van alle tuigage

opvoederen
de krop laten vol-azen; veel eten geven ook wel opkroppen genoemd

passagier
doortrekkende valk tijdens de migratie

primairen en secondairen
belangrijkste hand- en vleugelpennen

rode havik
havik in jeugdkleed

roesten
rusten van de vogel in staande houding

sakreet
mannelijke sakervalk

schoenen
lederen riempjes (manchetten) om de poten van de roofvogel

schudden
de veren lichtjes heffen en uitschudden om recht te leggen

slaan
een roofvogel slaat zijn klauwen in de prooi

slippen
een vogel bij de jacht van de hand lossen

slagnet
net dat door een lijn wordt dichtgetrokken

smeltsel
uitwerpselen van de vogel

spitshuis
afdak waaronder de vogel vastgemaakt zit, traditioneel in omgekeerde V-vorm

sprengel
een boogvormige zitstok voor een havikachtige

stiften
herstellen van een gebroken veer

stoten
in duikvlucht op de prooi neerslaan door valken en deze daardoor doden

tableau
het gejaagde wild aan het eind van een jachtdag volgens vast ritueel uitgelegd

takkeling
een jonge vogel die juist het nest heeft verlaten maar nog gevoed wordt door de ouders

talon/aasnagel
achterste teen van een vogel waarmee de prooi wordt gedood

tarsel
een mannelijke roofvogel, ook taalke of talleke genoemd. Vermeend zou het duiden op het gewicht in verhouding met het wijf nm. een derde lichter en afgeleid zijn van het franse woord tierce (1/3).

tobben
onrustig bewegen of werken in de tobhut

tobhut
de hut van waaruit de tobbers de valken invingen

tracken
eigenhandig opjagen of losmaken van het wild

trossen
doorvliegen met een prooi of de loer ook doorgaan genoemd

valkenblok
zitplaats met platte bovenkant voor valken

valkentand
verharding in de kromming van de snavel bij valken waarmee als een tang kan worden geknipt

valkerij
het vluchtbedrijf, ook wel de ruimte waar de valken en het materiaal gehouden worden

valksor
valk in zijn eerste verenkleed

vinger
teen van een roofvogel

vliegveren
de belangrijkste veren van de vogel, die perfect moeten zijn om goed te vliegen

vluchtbedrijf
ook wel genaamd het vederspel of weidespel. Een betere omschrijving van de jacht met valken dan het woord valkenjacht

voorstaan
wanneer de staande hond de positie van het wild aangeeft

vuistvogel
jachtvogel die gelost wordt vanaf de hand zodra het wild in zicht is

washuid
de naakte huid rond de bek waarin de neusgaten liggen, deze is meestal geel

weidespel
de jacht met valken maar ook het trainen op de loer

werpriem
lederen riempje aan de schoen (manchet) ook wel aylmeri jess genoemd

wijf
vrouwelijke roofvogel

wildvang
uit het wild gevangen roofvogel in tegenstelling tot nesteling

yarak
oosterse term, meestal voor haviksoorten; In ‘yarak’ zijn fit, enthousiast jachtklaar

zeeg
tam of mak worden roofvogels nooit maar ‘sedigh’, gedwee

zwemmen
valk die zich laat afdrijven, in de thermiek gaat vliegen

Foto's

Valkerij GeschiedenisValkerij GeschiedenisValkerij GeschiedenisValkerij Geschiedenis
footer

Informatie aanvragen

Wilt u meer informatie over ons en over onze dienst overlast- bestrijding, klik dan op informatie aanvragen.
 
footer

Zoeken

footer

Volg ons op:

TwitterHyvesFacebook
 
footer

Laatste nieuws

06-01-2016
Miltvuur nog tot op de dag van vandaag een bedreiging!
 
footer