Valkerij - Alles over roofvogels
Banner Kadotip: Roofvogel workshop
Valkerij - Alles over roofvogels
Valkerij - Alles over roofvogels

Valkerij en Roofvogels

Valkerij en Roofvogels

De valkerij is een passie die de jacht ontstijgt.
Hoewel dit niet het eerste is waaraan je zou denken bij de definitie, die de aard van het valkenieren omschrijft.

Volgens de algemeen geldende mening binnen de Nederlandse valkerij mag iemand zich pas met recht valkenier noemen als hij/zij in staat is een roofvogel zodanig te trainen dat deze in de conditie is en daardoor in staat is om prooi te bemachtigen.

Er zijn een aantal misvattingen die een verkeerd beeld geven van dit oude ambacht.

Roofvogels komen naar de hand terug omdat ze hongerig worden gehouden. Hierin onderscheidt zich de ware valkerij. Een getrainde roofvogel vliegt op een zo hoog mogelijk gewicht en heeft appél. Ook als er geen beloning op de hand wordt getoond zal de vogel komen en op de handschoen landen

Roofvogels worden uit gehorst (nest = horst uithalen in het wild). Onjuist, de huidige kweekresultaten zijn zodanig dat dit al lang niet meer noodzakelijk is.
Roofvogels aan een touwtje zijn zielig. Zoals ieder roofdier gaat ook de roofvogel in de "economie-stand" als deze heeft gegeten.
Zo min mogelijk energie verspillen is het motto, daarom zitten ze stil op het spitshuis. Dat ze vastzitten is om te voorkomen dat ze op plaatsen gaan zitten die daarvoor niet zijn voorzien. Ook voorkom je hiermee dat ze hun buurman een kopje kleiner maken, roofvogels zijn immers solitair en dulden geen ander in hun nabijheid.

De jacht met roofvogels

Laten we dit nu niet de ‘valkenjacht’ noemen; we jagen mét en niet op roofvogels.

Jagen met roofvogels noemen wij de ecologische jacht. Dit omdat een roofvogel al bij de eerste vleugelslag ziet of een prooi gezond is of gebreken vertoont. Energie verspillen aan een gezonde prooi past niet in de theorie van ROI (return on investment). Daarom discrimineert een roofvogel zoals een geweerjager dit nooit kan. Gevolg is een gezonde wildpopulatie; wij zien bijvoorbeeld minder ziektes onder konijnen in een veld dat ook door de valkeniers wordt bejaagd. Dat het tableau (hoeveelheid geoogst wild) veel kleiner is dan bij de geweerjagers is niet van belang. Bij valkeniers telt de jachtvlucht en niet het resultaat.

Tot de Franse revolutie bestond de plezierjacht hoofdzakelijk uit twee jachtmethodes te weten:

- de drukjacht, par-force met paarden en honden, in Frankrijk de venerie genoemd, waaruit in Nederland door wetgeving (verbod te jagen met honden op de vos) de slipjacht is ontstaan;

- de jacht met roofvogels.

Deze laatste jachtvorm onderscheidt zich in:

- De hoge vlucht. Deze jacht met valken was voorbehouden aan de adel en hogere klasse. Niet de opbrengst maar het weidespel was hier van belang. Met de valken jaagde men o.a. op kraaien, wouwen, eend, haas en bovenal reiger.

- De lage vlucht. De havikachtige was de keukenvogel en daarom bijzonder geschikt voor de gewone man. Men jaagde (tot gruwel van de adel vaak met heel veel herrie) o.a. op konijn, haas, fazant en eend.

Voor beide vormen was er geen beperking in het gebruik van roofvogelsoorten. Bij de hoge vlucht was, naast de Slechtvalk, ondermeer de Saker en de Geervalk populair. Vooral met de Geervalk uit het hoge noorden, die bijzonder kostbaar was, werd op haas gejaagd. De valk werd getraind samen met een kleine windhond die het haas dood moest bijten zodra de valk deze gebonden had. Verder zien we voor vrouwelijke valkeniers vaak het Smelleken waarmee op veldleeuweriken werd gejaagd. Voor de lage vlucht gebruikte (vooral) het volk de havik en sperwer (duivenklamper).

Het valkerij ambacht

Het vergaren van de eeuwenoude kennis gaat ook tegenwoordig nog volgens de ambachtelijke methode: van meester op gezel. Dit kenmerkt de valkerij omdat deze methode zo vormend is voor de leerling en omdat er een arbitraire werking van uitgaat. Alleen als valkenieren een passie is wordt men daadwerkelijk valkenier. Omdat er zoveel te leren valt en de roofvogels blijven verbazen en boeien ben je pas valkenier als het gras op je buik groeit.
De valkerij was vroeger bij uitstek commercieel en zeer winstgevend. Sinds kort heeft dit bijna uitgestorven beroep zijn commerciële positie weer terugveroverd. De huidige commerciële valkeniers zijn van groot belang voor de valkerij als aanjagers van vele vernieuwingen die het dierenwelzijn en de techniek van roofvogeltraining binnen de valkerij bevorderen. De beroepsvalkeniers blazen dit eeuwenoude ambacht weer nieuw leven in.

Geschiedenis

Een van de eerste tastbare bewijzen waaruit blijkt dat mensen roofvogels gebruiken bij de jacht komt van een Syrisch tablet uit 700 voor christus. Van iets later datum vinden we ook aanwijzingen uit China en Japan. Geschriften uit Perzië en Arabië vertellen al over een koning die zo onder de indruk was van een jagende valk dat hij deze liet invangen om er mee te kunnen gaan jagen.

Door toenemende handelsbetrekkingen tussen Arabië, Europa en het Verre Oosten verspreidde zich de interesse in de valkerij. Aangenomen wordt dat rond 400 na christus de valkerij het Middellandse Zeegebied bereikte. Germaanse stammen bedreven de valkerij in de 6de eeuw na christus en vanaf het jaar 875 wordt de valkerij bedreven in heel West-Europa en Engeland.

De belangrijkste valkerijperiode lag tussen 500 en 1600 na christus. Het werd een goed georganiseerde en bijzonder populaire sport voor alle sociale lagen van de bevolking. In West-Europa was het meer dan alleen een sport voor de adel of een noodzaak om vlees op tafel te verkrijgen. Het werd een rage, bijna te vergelijken met de tulpengekte uit die periode. In de middeleeuwen was de valkerij statussymbool.

De adel

Het meest populair was de valkerij onder de hogere sociale klasse en daar hoorde natuurlijk ook de kerk onder. Paus Leo X was een fanatieke valkenier en ging bijzonder vaak op jachtexpeditie met zijn valken. In sommige religieuze orden waren de valken zelfs onderdeel van de dienst en dat ging zover dat men eigenlijk nooit nonnen zag zonder roofvogel op de hand, dit tot grote ergernis van de bisschoppen die vonden dat er geen aandacht meer was voor de heilige mis.

Frederick II of Hohenstaufen, Heilig Romaanse Keizer, Koning van Sicilië en Jeruzalem deed er 30 jaar over om zijn boek ‘De Arte Venandi cum Avibus’ (de wijze van jagen met vogels) te schrijven en dit geldt dan ook als het eerste wetenschappelijk ornithologisch werk. Zijn obsessie met de valkerij was zo groot dat hij ooit een veldslag heeft verloren omdat hij meende te moeten gaan jagen met zijn valken. Zijn kruistocht in 1228 leverde hem een aantal ervaren Arabische en Syrische valkeniers op die veel hebben bijgedragen tot zijn- en later onze kennis over de valkerij.

Valken waren zo waardevol dat ze bij onderhandelingen soms als betalingsmiddel werden gebruikt. De waarde van een valk oversteeg vaak zijn gewicht in goud. Aan het eind van de 14de eeuw nam Ottoman Sultan Beyazid tijdens een bloedige campagne de zoon van Philip de Moedige, Graaf van Bourgondië gevangen. Hij wees een losgeld van 200.000 gouden dukaten van de hand en liet zijn gevangene pas vrij toen hem twaalf witte Geervalken werden aangeboden.

Doordat deze vogels zo kostbaar waren werden criminelen, die de euvele moed hadden er een te stelen, zwaar gestraft. Uithorsten van een valk uit het wild leverde het uitsteken van beide ogen op. Stelen van een witte Geervalk werd nog zwaarder gestraft. Het gewicht van de vogel werd aan vlees uit de rug van de dief gesneden en naar het schijnt aan de valk gevoerd. Hier komt de Engelse uitdrukking ‘a pound of flesh’ vandaan, wij zouden zeggen: "een rib uit je lijf".

Commercie

Op een gegeven moment deed iedereen aan de valkerij; van slager tot koning. De gewone man gebruikte vooral de havik en de sperwer. Dit zijn de zogenaamde keukenvogels, die vlees op tafel brachten. De adel daarentegen ging jagen voor het plezier en gebruikte hiervoor de valken zoals Geer-, Saker- en Slechtvalk.

De roofvogels werden voornamelijk ingevangen uit het wild. De arme zandboeren op de Leender- en Strabrechtse heide hadden het geluk dat de trek van de slechtvalk over deze gebieden ging. Deze "tobbers" zaten in hun plaggenhut uren doodstil voor zich uit te staren en maakten zich zorgen over de dag van morgen. Het werk dat zij deden noemen we tobben. Dit was in de tijd toen 't Leenderbos nog een onafzienbaar heidegebied was.

Valkenswaard en in niet mindere mate Leenderstrijp stonden bekend om hun valkenvangers. Op hun trektocht vanuit Scandinavië naar het zuiden kwam de stootvogels over dit heidegebied gevlogen. Het was een ware kunst om de valken levend (let wel) vanuit een tobhut (schuilhut van plaggen) te vangen. De aldus gevangen roofvogels werden afgericht (getraind, zeeg gemaakt) om aan de hoven van de toenmalige vorsten voor vertier te zorgen. Valkeniers waren dan ook welgestelde lieden. In Valkenswaard geeft een museum nabij de Markt uitgebreide informatie, in woord en beeld, over de valkerij. Op de hei nabij de Achelse Kluis is op een oorspronkelijke plek een tobhut nagebouwd.

Zo ontwikkelde zich in de Zuidelijke Nederlanden de valkerij, met als middelpunt Valkenswaard en Arendonk. De techniek van het invangen werd van vader op zoon overgedragen. Er ontstond een levendige handel in valken, materialen en training van roofvogels, waardoor Valkenswaard een rijke gemeente werd. In de herfst kwamen afgezanten van de vorstenhoven uit heel Europa in Valkenswaard bijeen voor de valkerijbeurs waar roofvogels en materialen werden verhandeld. Een van de bekendste namen uit de valkerijhandel was die van de familie Mollen.

Deze naam en die van Jan Bots zien we ook terug bij de Loo Hawking Club (Koninklijk Nederlandsch Valkeniers-Gezelschap). Dit was een vereniging opgericht door de Europese adel, die van koning Willem de toestemming hadden te jagen met de valken op het Loo. Hier was namelijk een grote kolonie reigers waarop met de Slechtvalk werd gejaagd. Deze plezierjacht had niet altijd de intentie de prooi te doden. We weten dat soms gevangen reigers werden geringd en enige mate wijzer geworden waren deze geringde reigers steeds moeilijker te bejagen. Als een valk een reiger met veel ringen op de grond wist te brengen was dit een roofvogel van onschatbare waarde en de valkenier die de vogel vloog verdiende hierdoor veel respect onder zijn jachtgenoten.

Niet alle bejaagde reigers werden geringd losgelaten. Vele van hen eindigden de dag als culinaire hoogstandjes op tafel tijdens de jachtdiners.

De Loo Hawking Club bestond uit twintig Hollandse en twee Engelse betalende leden toen de club na ongeveer 16 jaar ter ziele ging in 1855 (daarvóór had het aantal Britse leden de overhand, met als gevolg dat de vereniging al snel overging tot gebruik van de Engelse naam: Loo Hawking Club). In het voorstel tot opheffing spreekt men van een zodanige afname van het aantal reigers dat de jachtresultaten onbevredigend waren, maar ook ontbrak het aan financiële middelen om de jachtéquipage te onderhouden.

Rangen en standen

In de middeleeuwen was de valkerij een nobele sport en zelfs kunst. Er wordt wel gezegd dat de mens uit de schaduw van de oudheid tevoorschijn kwam met een valk op de hand. De cultuurhistorische waarde voor Europa blijkt ondermeer uit de vele spreekwoorden die betrekking hebben op de valkerij. Ook in andere delen van de wereld stond de valkerij hoog aangeschreven en bleef het tot heden de status behouden zoals dat 3000 jaar geleden was.

Hoewel men zich er natuurlijk niet in alle gevallen aan hield en er onder de verschillende Europese vorstendommen soms een andere indeling werd gevolgd, was er een strakke wetgeving die bepaalde welke soort roofvogels bij de verschillende sociale klasse hoorde.

Hiermee voorkwam men dat de lagere klasse prooien kon bejagen die de adel voor zichzelf wilde houden. Vooral van de reigers moest je afblijven, zoniet dan werden er stevige straffen uitgedeeld.

De hogere adel trainde natuurlijk niet zelf hun roofvogels. Zij hadden daarvoor valkeniers in dienst die de roofvogels verzorgden en op conditie brachten zodat ze gereed waren op die momenten dat er een bepaalde prooi voor handen was.

Symbiose

De mens heeft altijd met dieren samengewerkt tijdens de jacht. Zo wordt er door de Chinezen nog steeds gevist met aalscholvers en de Spanjaarden en Arabieren jagen op haas met windhonden. In Azië was ook de jacht met de cheeta populair. Omdat beide partijen voordeel hebben aan deze samenwerking spreken we hierbij van een symbiose tussen mens en dier. Dit voordeel was voor de dieren vooral bescherming tegen predatoren, geen noodzaak een territorium met hand en tand te moeten verdedigen, dagelijks voldoende kwalitatief hoogwaardig voedsel en natuurlijk medische verzorging. Hierdoor worden deze door mensen gehouden wilde dieren vaak 2 tot 3 maal ouder dan in de natuur. Het voordeel voor de mens is natuurlijk duidelijk: vers vlees op tafel maar ook een plezierige jachtvorm.

Franse revolutie

Vanaf de Franse revolutie nam de populariteit van de valkerij af. Men ging anders jagen door het gebruik van buskruit, er trad ruikverkaveling op waardoor de uitgestrekte jachtgebieden kleiner werden en de adel was door de Franse revolutie een ferme tik uitgedeeld, waardoor ze minder financiële ruimte hadden voor een kostbare sport als de valkerij. Ook nam het aantal in het wild levende roofvogels af omdat er op werd gejaagd en de nesten werden vernietigd. Wilde roofvogels werden door de geweerjagers gezien als concurrenten omdat beide dezelfde prooien bejagen. Zelfs in de 21ste eeuw komen we nog steeds deze vreemde hersenkronkels tegen bij een enkele geweerjager.

Moderne valkerij

De gouden periode van de valkerij in Europa ligt al enige tijd achter ons. In het Midden-Oosten en delen van Azië is de sport nog even populair als vroeger. Vooral in het olierijke Midden-Oosten heeft men de financiële middelen om een belangrijke aanjager van de valkerijsport te zijn. Er zijn gevallen bekend waarbij Saudische valkeniers, in het wild gevangen valken kochten voor meer dan euro 100.000. Door de Arabische lobby heeft de Unesco in 2005 besloten de valkerij op de werelderfgoedlijst te plaatsen.

In andere delen van de wereld trok de valkerij weer aan in het begin van de vorige eeuw. Sinds de tweede wereldoorlog vond er in Amerika een geweldige toename plaats. Daar mogen soorten zoals Woestijnhavik en Roodstaartbuizerd nog worden ingevangen uit het wild.

Deze Amerikaanse roofvogels werden ook steeds populairder in Europa. Vooral de Woestijnhavik door zijn robuustheid en flegmatische instelling is momenteel onder de Europese valkeniers een graag gebruikte jachtvogel, temeer daar de jachtresultaten zeker niet onder doen voor de, als nerveus bekend staande, Europese havik.

Nu wildvang in de hele wereld nagenoeg is verboden hebben kwekers zich gespecialiseerd en behalen bijzonder goede resultaten. Ook is er veel vraag ontstaan naar hybride valken in de veronderstelling dat hiermee het beste van beide soorten naar boven komt. Hoewel jagen met gekweekte roofvogels niet kan worden vergeleken met wildvang roofvogels ontwikkelen ze zich, door de juiste training, toch tot felle
jagers.

Naast de jacht met roofvogels is er ook een groeiend aantal recreanten die, onder de huidige wetgeving (in het bijzonder in Nederland), hebben besloten zich meer toe te leggen op de omgang, training en het vrij vliegen van roofvogels zonder ermee te gaan jagen.

Denk hierbij niet alleen aan de recreant-valkeniers, maar zeker ook voor de beroepsvalkeniers is er veel meer werk dan alleen het bejagen van bv. schade veroorzakende konijnen. Zo zijn er die vogeloverlastbestrijding doen op industrie terreinen en stortplaatsen en roofvogeldemonstraties geven op evenementen of bij dieren- en themaparken.

Maar ongeacht de toepassing, voorop staat dat de valkerij voor een ieder die het bedrijft een passie is.

copyright: Stichting Vluchtbedrijf

Informatie aanvragen

Wilt u meer informatie over ons en over onze dienst overlast- bestrijding, klik dan op informatie aanvragen.
 
footer

Zoeken

footer

Volg ons op:

TwitterHyvesFacebook
 
footer

Laatste nieuws

06-01-2016
Miltvuur nog tot op de dag van vandaag een bedreiging!
 
footer